Beleid tijdens epidemie
Algemeen
Wanneer per week minimaal 6 nieuwe influenza-gevallen per 10.000 personen zich bij de huisarts melden, is er sprake van een influenza-epidemie. Vaccineer tijdens een influenza-epidemie alsnog niet-tijdig-gevaccineerde patiënten uit de risicogroepen.
Bij hoogrisicopatiënten kunt u eventueel preventief neuraminidaseremmers voorschrijven gedurende 7 dagen na het laatste griepcontact. Neuraminidaseremmers zijn belangrijk bij het voorkómen van nieuwe ziektegevallen als het vaccin onvolledige bescherming biedt tegen het heersende virus. Lees meer: NHG-Standaard Influenza en Influenzavaccinatie.
Zorgorganisaties
Een mogelijke influenza-uitbraak in een zorgorganistatie moet direct virologisch worden bevestigd. Dit is noodzakelijk om tijdig met profylactische maatregelen te kunnen starten.
In een verzorgingshuis is sprake van een influenza-uitbraak wanneer in een zorgeenheid binnen 48 uur een tweede geval van influenza voorkomt.
Neem bij een griepepidemie in een verpleeg- of verzorgingshuis de volgende (aanbevolen) maatregelen:
- Behandel alle influenzapatiënten zo snel mogelijk en gedurende vijf dagen met oseltamivir.
- Adviseer alle niet-gevaccineerde bewoners om de influenzavaccinatie te halen.
- Schrijf profylactisch oseltamivir voor aan alle niet zieke bewoners (wel of niet gevaccineerd) en zorgverleners binnen de zorgeenheid. Doe dit tot en met 7 dagen nadat bij de laatste patiënt of zorgverlener influenza is vastgesteld.
- Stem af met de GGD.
In de Richtlijn Influenzapreventie in verpleeghuizen en verzorgingshuizen van Verenso kunt u meer lezen over het beleid tijdens een influenza-epidemie in verpleeg- of verzorgingshuizen.
Bij een griepepidemie in een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking kan, voornamelijk bij personen uit de risicogroep, gestart worden met een neuraminidaseremmer, zie de richtlijn Influenza Nederlandse Vereniging van Artsen voor verstandelijk gehandicapten (NVAVG):
Richtlijn nvavg influenza
