Home | Uitvoering griepcampagne in de praktijk | Wie mag vaccineren?

Wie mag vaccineren


 

Huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten en overige instellingsartsen

Het Nationaal Programma Grieppreventie gaat ervan uit dat huisartsen, specialisten ouderen geneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten en overige instellingsartsen van zorgorganisaties waar mensen uit de doelgroep verblijven, de influenzavaccinatie toedienen.

Volgens de Wet BIG is het geven van een injectie zoals de influenzavaccinatie een voorbehouden handeling. De arts mag onder voorwaarden opdracht geven aan de praktijkmedewerker (doktersassistent / praktijkondersteuner) of medewerker van de zorgorganisatie om de vaccinatie uit te voeren.


Voorwaarden delegatie

De medewerker is bekwaam om de handeling uit te voeren als:
    • hij weet hoe de vaccinatie moet worden toegediend (hij is goed geïnstrueerd)
    • de vaccinatie kan uitvoeren
    • eventuele complicaties herkent en hiernaar handelt
    • heeft laten zien bekwaam te zijn
    • de arts zich heeft vergewist van de bekwaamheid van de medewerker
    • er afspraken zijn over de (telefonische) bereikbaarheid van de arts en het inschakelen van een alarmnummer

    Advies bij uitvoering influenzavaccinatie door praktijkmedewerker/medewerkers van de zorgorganisatie:
    - Leg afspraken schriftelijk vast.
    - Beoordeel regelmatig (jaarlijks) de bekwaamheid van de praktijkmedewerker/medewerker van de zorgorganisatie.


    Verantwoordelijkheden bij delegatie

    Ook al wordt influenzavaccinatie (in het kader van het NPG) gedelegeerd, de (huis)arts blijft eindverantwoordelijk.

    De praktijkmedewerker (doktersassistent/praktijkondersteuner) of medewerker van de zorgorganisatie die de opdracht aanvaardt, is verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdracht. Hij/zij moet handelen volgens afspraken. De arts blijft verantwoordelijk voor de gevolgen van de handeling.

    Wanneer de praktijkmedewerker (doktersassistent/praktijkondersteuner) of medewerker van de zorgorganisatie afwijkt van het protocol is hij /zij aansprakelijk voor de gevolgen.

    Een verpleegkundige (die als praktijkmedewerker werkzaam is), kan tuchtrechtelijk op haar handelen worden aangesproken. Dit in tegenstelling tot een doktersassistent.