Home | Medische informatie | Bijwerkingen/reacties op de vaccinatie

Bijwerkingen/reacties op de vaccinatie


 

Melden bijwerkingen

Belangrijk: meld (vermoedens van) ernstige bijwerkingen bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum LAREB. Artsen zijn hiertoe volgens de Geneesmiddelenwet verplicht. U hoeft niet uit te zoeken of klachten/ verschijnselen daadwerkelijk een causale relatie hebben met de influenzavaccinatie. Zie voor actuele informatie over bijwerkingen de website van LAREB.


Bijwerkingen/reacties

Een patiënt krijgt geen griep van de griepprik. Klachten als lusteloosheid, hoofdpijn en verhoging zijn zeldzaam. Deze kunnen voorkomen op de dag nadat de griepprik is toegediend. Dit gebeurt vooral bij kinderen die nog niet met een griepvirus in aanraking zijn gekomen. De enige bewezen bijwerking van influenzavaccinatie is een lokale reactie op de plaats van de injectie: pijn, roodheid en zwelling. Gevaccineerden kunnen aangeven dat ze zich enkele dagen na de griepprik niet zo lekker voelen.

Soms treedt als reactie op de vaccinatie ook vasovagale collaps op. Een anafylactische reactie komt zeer zelden voor.

Na een postherpetische neuralgie kan de pijn erger worden na de influenzavaccinatie. De vaccinatie creëert antistoffen die een ontstekingsproces in gang kunnen zetten. Als therapie kan de patiënt ascal of NSAID nemen, eventueel amytryptiline vanwege zenuwpijn.

Bijwerking/reactie influenzavaccinatie
Symptomen
Behandeling
Lokale reactie Variëren van roodheid en warmte op de injectieplaats tot urticariële eruptie die gepaard gaat met jeuk. Reactie beperkt tot injectieplaats: geen speciale maatregelen nodig. Eventueel nat verband.
Bij erupties buiten het vaccinatiegebied: let op anafylaxie.
Vasovagale collaps Duizelig, misselijk, bleek en zweten met uiteindelijk collaps;
Trage pols en lage bloeddruk.
Leg de patiënt neer, eventueel met de benen omhoog, doe extra kledingstukken uit of laat de patiënt zitten met hoofd tussen de knieën.
Observeer de patiënt.
Anafylactische reactie    
  • 1e fase: huidreactie
Urticaria en jeuk buiten de injectieplaats. Nat kompres op de injectieplaats.
  • 2e fase: gastro-intestinale verschijnselen
Misselijkheid, braken en eventueel diarree.
  1. patiënt neerleggen;
  2. bloeddruk meten;
  3. pols tellen;
  4. overleggen met huisarts;
  5. noodset anafylactische reactie eventueel na overleg klaarmaken voor huisarts.
  • 3e fase: luchtwegen  
Benauwdheid, eventueel met piepen of stridor.
  • 4e fase: circulatie-problemen met shock
Zweten, collaps, snelle pols en lage bloeddruk.