Home | Medische informatie | Indicaties volgens het NPG
Personen uit de volgende groepen komen in aanmerking voor een jaarlijkse influenzavaccinatie:
Patiënten met andere vaatziekten zoals een doorgemaakt CVA, TIA of claudicatio hebben vaak ook vaatschade van de hartvaten en komen daardoor in aanmerking voor influenzavaccinatie.
Patiënten die met succes een donorhartklep hebben ontvangen, hebben - gezien de verhoogde kans op hartproblemen - nog steeds een indicatie voor de influenzavaccinatie.
Patiënten met een endocarditis profylaxe hebben een indicatie voor influenzavaccinatie. Zij hebben bijvoorbeeld een klepafwijking of een nieuwe hartklep. De profylaxe voorkomt dat de hartklep (verder) beschadigt. Meestal werkt de hartklep echter minder. Omdat het hart hierdoor tijdens griep zwaarder wordt belast, is influenzavaccinatie aanbevolen.
Het betreft ook patiënten met verworven vormen zoals de ziekte van Hodgkin, leukemie, myelofibrose, de ziekte van Kahler, levercirrose, (functionele) asplenie, of een auto-immuunziekte zoals de ziekte van Crohn.
Ook betreft het patiënten die weerstandverlagende medicatie gebruiken. Het kan hierbij gaan om getransplanteerde patiënten. Het is daarom belangrijk patiënten die op de wachtlijst staan voor een transplantatie te vaccineren. Daarnaast betreft het patiënten die chemotherapie en/of bestraling ondergaan.
Indicaties volgens het NPG
De minister van VWS heeft de indicaties voor influenzavaccinatie vastgesteld op advies van de Gezondheidsraad. De NHG-Standaard Influenza sluit hier op aan.Personen uit de volgende groepen komen in aanmerking voor een jaarlijkse influenzavaccinatie:
- 60 jaar en ouder
- Pulmonale aandoeningen
- Cardiale aandoeningen
- Diabetes Mellitus
- Ernstige nierinsufficiëntie
- Na recente beenmergtransplantatie
- HIV-infectie
- Kinderen met langdurig salicylatengebruik
- Verstandelijke handicap in intramurale voorziening
- Verminderde weerstand tegen infecties
60 jaar en ouder
Iedereen die vòòr 1 mei van het jaar volgend op de griepvaccinatie 60 jaar wordt. In 2012 is dit dus iedereen die is geboren voor 1 mei 1953.Pulmonale aandoeningen
Patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen. Dit betreft patiënten met astma (indien er sprake is van onderhoudsbehandeling met inhalatiecorticosteroïden; dit geldt ook voor kinderen), COPD, longcarcinoom, antracosilicose, longfibrose, mucoviscidose, ernstige kyfoscoliose, status na longresectie, TBC, ademhalingsstoornissen door neurologische en andere aandoeningen.Cardiale aandoeningen
Patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie. Dit betreft aandoeningen die kunnen leiden tot hartfalen, zoals een doorgemaakt hartinfarct, angina pectoris, ritmestoornissen, klepgebreken of chronische longstuwing.Patiënten met andere vaatziekten zoals een doorgemaakt CVA, TIA of claudicatio hebben vaak ook vaatschade van de hartvaten en komen daardoor in aanmerking voor influenzavaccinatie.
Patiënten die met succes een donorhartklep hebben ontvangen, hebben - gezien de verhoogde kans op hartproblemen - nog steeds een indicatie voor de influenzavaccinatie.
Patiënten met een endocarditis profylaxe hebben een indicatie voor influenzavaccinatie. Zij hebben bijvoorbeeld een klepafwijking of een nieuwe hartklep. De profylaxe voorkomt dat de hartklep (verder) beschadigt. Meestal werkt de hartklep echter minder. Omdat het hart hierdoor tijdens griep zwaarder wordt belast, is influenzavaccinatie aanbevolen.
Diabetes Mellitus
Patiënten met suikerziekte. Het gaat bij deze categorie niet alleen om mensen die insuline spuiten, maar ook om de mensen die tabletten met bloedsuikerverlagende middelen slikken of een dieet volgen.Ernstige nierinsufficiëntie
Patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie, die leidt tot dialyse of niertransplantatie. Chronische nierinsufficiëntie kan variëren van licht tot ernstig afhankelijk van de zogenaamde nierklaring. Bij een lichte chronische nierfunctiestoornis is er strikt genomen geen indicatie voor vaccinatie, afhankelijk van de bijkomende, oorzakelijke aandoeningen. Bij een klaring onder de 30 ml/min spreekt men van ernstige, chronische nierinsufficiëntie die in aanmerking komt voor vaccinatie.Na recente beenmergtransplantatie
Patiënten die een recente beenmergtransplantatie hebben ondergaan.HIV-infectie
In geval van HIV-infectie, vaccinatie altijd in overleg met de behandelend arts voor HIV.kinderen met langdurig salicylatengebruik (bijvoorbeeld bij chronische darmaandoeningen)
Kinderen vanaf 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken (bijvoorbeeld bij chronische darmaandoeningen).Verstandelijke beperking in intramurale voorziening
Alle mensen die in woonvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking verblijven, zijn geïndiceerd voor de griepprik.Verminderde weerstand tegen infecties
Personen met een verminderde weerstand tegen infecties. Dit gaat bijvoorbeeld om patiënten met een aangeboren ziekte, zoals hypogammaglobulinemie.Het betreft ook patiënten met verworven vormen zoals de ziekte van Hodgkin, leukemie, myelofibrose, de ziekte van Kahler, levercirrose, (functionele) asplenie, of een auto-immuunziekte zoals de ziekte van Crohn.
Ook betreft het patiënten die weerstandverlagende medicatie gebruiken. Het kan hierbij gaan om getransplanteerde patiënten. Het is daarom belangrijk patiënten die op de wachtlijst staan voor een transplantatie te vaccineren. Daarnaast betreft het patiënten die chemotherapie en/of bestraling ondergaan.
