Specifieke medische aandoeningen/omstandigheden en vaccinatie
- Bevalling
- Bloedverdunnende medicatie
- Borstvoeding
- Epilepsie
- Kinderen
- Maligniteiten
- Multiple Sclerose
- Myocardinfarct
- Post splenectomie
- Reuma
- Schildklierafwijking
- Spierdystrofie
- Stollingsstoornis
- Syndroom van Down
- Syndroom van Guillain Barré
- Zwangerschap
Meer informatie over specifieke medische aandoeningen en omstandigheden staat bij Veelgestelde vragen |
Bevalling, borstvoeding en zwangerschap
Zwangeren met een indicatie wordt geadviseerd zich te laten vaccineren. Met de vaccins tegen seizoensgriep bestaat grote ervaring en deze vaccins kunnen als zeer veilig gekenschetst worden, ook tijdens de zwangerschap.
Ook kunnen, voor zover bekend, vrouwen met een indicatie, die net zijn bevallen en/of borstvoeding geven zonder gevaar de griepprik ontvangen.
Zwangerschap alleen is geen indicatie voor de griepvaccinatie uit het NPG. Dit wordt dan ook niet vergoed uit het NPG.
De indicaties die gelden voor de jaarlijkse griepprik zijn niet gelijk aan de indicaties die golden voor de vaccinatie tijdens de pandemie in 2009.
Bloedverdunnende medicatie
Bij sommige bloedverdunnende medcatie wordt geadviseerd om de influenzavaccinatie subcutaan in plaats van intramusculair te injecteren:
Bij het gebruik van Acenocoumarol of Fenprocoumon (patiënt is bekend bij de trombosedienst) is het aanbevolen om het vaccin subcutaan toe te dienen.
Bij het gebruik van Carbasalaatcalcium (bijv Ascal) en Clopidogrel (bijv Plavix) samen is ook subcutane toediening aanbevolen.
Indien alleen Ascal wordt gebruikt, dan is intramusculaire toediening wel mogelijk.
Epilepsie
Patiënten met epilepsie en een indicatie kunnen worden gevaccineerd. Een contra-indicatie ontbreekt. Kinderen
AstmaDe Gezondheidsraad en de NHG-Standaard Influenza en Influenzavaccinatie adviseren om kinderen met een onderhoudsbehandeling voor astma te vaccineren tegen griep. Vooral zeer jonge kinderen met astma verdienen extra aandacht en hebben baat bij vaccinatie. Kinderen jonger dan 2 jaar met een mogelijke indicatie staan meestal onder behandeling van een specialist. De huisarts kan met de specialist overleggen over de indicatie.
Gecombineerde vaccinaties
De griepprik kunt u tegelijkertijd met andere inentingen (DKTP-vaccinatie, BMR-vaccinatie) geven. U hoeft geen rekening te houden met een bepaalde tussentijd tussen twee inentingen.
Hartgebrek
Kinderen bij wie na een hartoperatie het hart goed functioneert, hebben geen indicatie voor de griepprik. Bij een vergrote kans op hartfalen is een influenzavaccinatie aan te bevelen.
Leeftijd
Het is in principe mogelijk kinderen in een risicogroep vanaf de leeftijd van 6 maanden te vaccineren. Omdat kinderen jonger dan 2 jaar met een indicatie vaak onder behandeling van een specialist staan, kan de huisarts met de specialist overleggen over de indicatie.
Kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 6 jaar, die nog nooit een griepprik hebben gehad, dienen 2 keer een heel vaccin te krijgen, met een tussenpose van 4 weken.
Kinderen tussen 6 maanden en 5 jaar en huisgenoten/gezinsleden van kinderen tussen 0 en 6 maanden zijn niet geïndiceerd voor de jaarlijkse griepprik, op basis van deze criteria alleen. Dit in tegenstelling tot de indicatie tijdens de pandemie in 2009. Indien kinderen een andere indicatie hebben, uiteraard wel.Maligniteiten
Een maligniteit kan leiden tot verminderde weerstand. Ook eventuele behandeling met chemotherapie kan de weerstand aantasten. In geval van verminderde weerstand is influenzavaccinatie aanbevolen. Wanneer de patiënt chemotherapie krijgt, is de respons op de griepprik waarschijnlijk minder. Bovendien kan de patiënt koorts krijgen door de vaccinatie. Vaccineer daarom liever niet vlak voor en niet tijdens de chemotherapie. Vaccinatie met een week tussenruimte tussen het vaccineren en het ontvangen van de chemokuur is het beste. U kunt dit overleggen met de specialist. Bestraling heeft in het algemeen minder invloed op het immuunsysteem dan chemotherapie. Deze patiënten kunnen wel de influenzavaccinatie krijgen.
Multiple Sclerose
Patiënten met MS hebben door hun verminderde weerstand een indicatie voor de griepprik. De vaccinatie is geen risicofactor voor verdere achteruitgang. De griepvaccinatie biedt juist bescherming tegen achteruitgang, doordat het de kans op een infectie met het influenzavirus verkleint.
Myocardinfarct
Als bij een myocardinfarct geen cardiale schade is ontstaan, is er geen indicatie voor de griepprik. Meestal is er echter wel cardiale schade. Vanwege de extra belasting van het hart bij influenza is vaccinatie dan effectief en dus noodzakelijk.
Post splenectomie
De griepprik is jaarlijks aanbevolen voor patiënten wiens milt is verwijderd. Hetzelfde geldt voor functionele asplenie, bijvoorbeeld na verschillende sikkelcelcrises.
Reuma
Reuma vormt geen indicatie voor griepvaccinatie. Een indicatie kan wel bestaan bij gebruik van bepaalde medicatie bij reuma. Gebruik van salazopyrine en NSAID's is geen reden om een griepvaccinatie te geven. Prednisolon gebruik en gebruik van andere disease modifying drugs wel. Overleg bij gebruik van weerstandsverlagende middelen, zoals methotrexaat, eventueel met de specialist.
Schildklierafwijking
Het gebruik van schildkliermedicatie is geen indicatie voor de griepprik.
Spierdystrofie
Spierdystrofie is vanwege ademhalingsbelemmeringen een indicatie voor de griepprik.
Stollingsstoornis
Patiënten met een stollingsstoornis (zoals proteïne C deficiëntie) hebben geen indicatie voor een griepvaccinatie.
Syndroom van Down
Mensen met het syndroom van Down die thuis wonen - hebben geen indicatie voor de griepprik. Als sprake is van een hartafwijking of andere aandoeningen kan wel een indicatie bestaan. Mensen met het syndroom van Down - die in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking wonen - hebben wel een indicatie voor de influenzavaccinatie. Dit verlaagt voor alle bewoners de infectiedruk.
Syndroom van Guillain Barré
Het hebben doorgemaakt van het syndroom van Guillain Barré is geen indicatie voor influenzavaccinatie. In zeer zeldzame gevallen kan een influenzavaccinatie leiden tot het syndroom van Guillain Barré. Indien deze verdenking geldt bij een patiënt wordt geadviseerd niet meer te vaccineren; harde onderbouwing hiervoor ontbreekt nog.
