Bewaren vaccins

Voor het goed ontvangen, bewaren en vervoeren van COVID19-vaccins verwijzen we met nadruk naar het document Aandachtspunten voor goed vaccinbeheer.

Ontvangst:

  • Bij ontvangst van de vaccins vindt een vastgelegde ontvangstcontrole plaats: datum en tijdstip ontvangst, naam vaccin, hoeveelheid, batchnummer, temperatuurgegevens van het transport.
  • Als het ontvangen vaccin of vaccinverpakking beschadigd is, dan mag deze niet gebruikt worden. Houd het vaccin apart en neem contact op met het RIVM: 088-678 8900, keuzetoets

Cold chain incident:

Bij koude keten incidenten (temperatuur buiten specificatie van 2-8ºC) wordt direct contact opgenomen met RIVM (telefoonnummer: 088-678 8900, keuzetoets 1). In overleg met kwaliteitsverantwoordelijke van RIVM wordt besloten of het vaccin nog gebruikt mag worden. Totdat dat besluit is genomen worden alle betrokken vaccins als zodanig geïdentificeerd en apart geplaatst in de koelkast.

Geëxpireerd vaccin:

  • Vaccins die over de toegestane gebruiksdatum zijn dienen afgevoerd te worden.
  • Vaccins die niet meer gebruikt mogen worden, worden afgevoerd in een WIVA vat.

Distribueren naar andere locaties:
De vaccins mogen vanuit de instelling naar een andere locatie worden gebracht
mits er voldaan wordt aan specifieke richtlijnen. Zie hiervoor “goed
vaccinbeheer”

De handhaving van de koude keten (cold chain) is van uiterst belang voor de houdbaarheid en werkzaamheid van de vaccins.

De kwaliteitseisen van de opslag van de Covid-19-vaccins zijn aangescherpt om te borgen dat vaccins onder de juiste condities worden bewaard.

Direct na levering worden de vaccins in een medische koelkast geplaatst. De koelkast houdt de temperatuur constant tussen de 2 en de 8 oC.

Hoe om te gaan met afval staat beschreven in de uitvoeringsrichtlijn COVID-19-vaccinatie.

Eisen aan (het gebruik van) medicijnkoelkasten

Koelkasten dienen te voldoen aan de volgende eisen:

  • De koelkast is een medische koelkast: een reguliere consumentenkoelkast voldoet niet;
    • Een medicijnkoelkast bevat geen vriescompartiment, want dit zorgt voor een  onevenwichtige temperatuurverdeling in de koelkast.
    • Een medicijnkoelkast heeft geen opslagvakken in de deur, want deze zijn niet geschikt voor het neerleggen van geneesmiddelen.
  • De koelkast is bij voorkeur vooraf door de leverancier gekwalificeerd voor het bedoelde gebruik, er is dan een certificaat aanwezig waaruit blijkt welke testen succesvol zijn doorlopen.
    • De temperatuurdistributie (verdeling) binnen in de koelkast met gesloten deur is aantoonbaar maximaal +/- 1°C.
    • De temperatuurlogger in de koelkast is gekalibreerd op max 0,5°C nauwkeurigheid. Kalibreren is het proces waarbij de meting vergeleken wordt met een geaccepteerde referentiemeting.
    • Bij een stroomonderbreking kan de koelkast bij een kamertemperatuur tot 30°C de temperatuur (met gesloten deur) minimaal een uur tussen de 2-8°C houden.
  • De medicijnkoelkast heeft een minimale temperatuurrange van 2-8°C. De optimale bewaartemperatuur is 5°C.
  • De temperatuur instelling van de koelkast kan met een interval van 0,5°C worden ingesteld.
  • De medicijnkoelkast geeft een alarm bij stroomonderbreking. Het alarmsysteem van de koelkast is gekalibreerd.
  • De medicijnkoelkast geeft een visueel en/of audioalarm bij een temperatuur buiten de ingestelde temperatuurrange.
  • De gekalibreerde temperatuurlogger logt het temperatuurverloop in de koelkast.
  • De koelkast zelf of de ruimte waarin de koelkast staat kan op slot.
  • Bij uitval van de koelkast dient een noodoplossing aanwezig te zijn om de vaccins te verplaatsen.