Exclusiecriteria

Eerdere vaccinatie tegen pneumokokken kan een (tijdelijk) exclusiecriterium zijn. Wanneer hervaccinatie te snel plaatsvindt, is er een verhoogd risico op hyporesponsiviteit (waardoor er te weinig antistoffen worden aangemaakt en de effectiviteit van het vaccin minder is) en is er een verhoogd risico op bijwerkingen. Daarom is het belangrijk te weten welke pneumokokkenvaccinaties een patiënt heeft gehad en wanneer.

De belangrijkste reden voor eerdere vaccinatie tegen pneumokokken is de aanwezigheid van een medische indicatie. Bij een medische indicatie wordt eenmalig pneumokokkenconjugaatvaccin met 13 serotypes (PCV13) gegeven en minimaal 2 maanden later PPV23. Vervolgens wordt de PPV23 iedere vijf jaar herhaald. Wanneer deze patiënten ook op basis van hun leeftijd in aanmerking komen voor een pneumokokkenvaccinatie, kunnen zijn instromen in Pneumokokkenvaccinatie Ouderen 2020. Daarbij is het wel belangrijk de minimale intervallen genoemd in onderstaande tabel (tabel 2) in acht te nemen.

Bij de selectie beoordeelt de arts de geïndiceerde groep mensen die dat jaar wordt uitgenodigd op de aanwezigheid van een medische indicatie voor pneumokokkenvaccinatie. De medische indicaties waar door de arts op gelet moet worden zijn asplenie en sikkelcelziekte. De overige medische indicaties zijn terug te vinden in de bovenstaand genoemde LCI richtlijn, maar vallen onder de verantwoordelijkheid van de tweedelijn.

Indien er sprake is van asplenie of sikkelcelziekte, kan in het eigen dossier of aan de hand van correspondentie/overleg met specialist gekeken worden of de patiënt inderdaad beide vaccinaties (PCV13 en PPV23) al heeft ontvangen. Dit zal bij de meeste patiënten het geval zijn.

Als de patiënt beide vaccinaties volgens de richtlijn heeft gekregen en de laatste PPV23 is langer dan 2 jaar geleden, kan patiënt verder volgens het programma gevaccineerd worden. Indien beide vaccinaties gegeven zijn, maar de laatste PPV23 is korter dan 2 jaar geleden, wordt deze hervaccinatie overgeslagen en kan patiënt over 5 jaar instromen in het programma. Het is voor de patiënt niet nadelig als er dan eenmalig maximaal 7 jaar tussen de PPV23 vaccinaties zit. Indien de patiënt desondanks toch de voorkeur geeft aan een interval van 5 jaar, dan is dit mogelijk, maar zal deze patiënt buiten dit programma vallen.

Indien er sprake is van asplenie of sikkelcelziekte, maar patiënt blijkt (nog) geen vaccinaties te hebben gekregen, is het advies om deze persoon minstens 2 maanden voorafgaand aan PPV23 vaccinatie te vaccineren met PCV13. De patiënt kan daarna volgens het programma gevaccineerd worden.

Patiënten met een medische indicatie dienen levenslang gevaccineerd te worden en hebben dus ook na hun 79e jaar iedere vijf jaar een indicatie voor vaccinatie met PPV23. Deze vaccinaties vallen buiten Pneumokokkenvaccinatie Ouderen 2020.

Onderstaand stroomdiagram (figuur 1) kan gebruikt worden om te beoordelen wat er voor een individuele patiënt die in 2020 een uitnodiging ontvangt om deel te nemen aan Pneumokokkenvaccinatie Ouderen 2020 nodig is.

Mogelijk is niet altijd bekend bij u of een patiënt eerder een pneumokokkenvaccinatie heeft ontvangen. In de uitnodigingsbrief aan patiënten is daarom een zin opgenomen, waarin de patiënt wordt verzocht om contact op te nemen met u indien hij/zij eerder een pneumokokkenvaccin heeft ontvangen.

Figuur 1