Wijze toediening vaccins

Zo dient u het juiste vaccin toe en aan de juiste kant:

  • Griep- en pneumokokkenvaccins zijn beide geïnactiveerde vaccins, waardoor er geen minimum interval nodig is tussen beide vaccinaties
  • Als u zowel een griep- als pneumokokkenvaccin toedient, vaccineer dan het griepvaccin in de linkerbovenarm en het pneumokokkenvaccin in de rechterbovenarm. Dit om eventuele bijwerkingen goed te kunnen registreren. De voorkeur om het pneumokokkenvaccin rechts toe te dienen is omdat er van dit vaccin meer bijwerkingen worden verwacht.
  • Dien vaccins bij voorkeur intramusculair toe. Dit zorgt voor hogere effectiviteit vergeleken met subcutane toediening.
  • Zorg ervoor dat de gebruikte naald lang genoeg is om spierweefsel te bereiken.
  • Als de patiënt een mammacarcinoom heeft gehad mag u niet vaccineren aan de zijde waar is geopereerd.
  • Bij dubbelzijdige operatie geeft u het pneumokokkenvaccin in rechterdijbeen en het griepvaccin in linkerdijbeen.
  • Subcutaan toedienen wordt alleen geadviseerd bij antistollingsmedicatie.

Gescheiden houden van vaccins
Het is belangrijk dat de vaccins duidelijk gescheiden en herkenbaar zijn om te voorkomen dat deze per abuis verwisseld worden en de patiënt het verkeerde vaccin krijgt of dat de patiënt twee keer eenzelfde vaccin ontvangt en het andere vaccin niet krijgt. In 2020 krijgt u drie verschillende vaccins (regulier griepvaccin, griepvaccin voor kinderen onder de drie jaar en pneumokokkenvaccin). Het pneumokokkenvaccin is paars van kleur, waardoor het duidelijk herkenbaar zal zijn.

Wanneer een patiënt per abuis tweemaal hetzelfde vaccin ontvangt is dit niet gevaarlijk voor patiënt. Het betekent echter wel dat de patiënt het andere vaccin niet heeft ontvangen. Geef deze alsnog in een ander ledemaat (aan de juiste kant).

Gebruik van veiligheidsnaalden
Bij het vaccineren dient u gebruik te maken van veiligheidsnaalden. Het gebruik van veiligheidsnaalden betekent dat u een aantal extra handelingen moet uitvoeren alvorens het vaccin gereed is om te kunnen toedienen. Dit zal in het begin wat extra tijd kosten (denk daarbij aan 10-15 seconden per vaccin). De handelingen zullen echter snel routine worden.

Het betreft de volgende handelingen:

  • De veiligheidsnaald en het vaccin uit de verpakking halen
  • Het dopje van het vaccin halen
  • De veiligheidsnaald op het vaccin klikken (griepvaccin) of draaien (pneumokokkenvaccin)
  • Het dopje van de veiligheidsnaald halen
  • Vaccin toedienen
  • Beschermkapje met de duim over de naald klikken
  • Naald verwijderen van vaccin en separaat afvoeren/vernietigen óf
  • Vaccin inclusief naald in naaldcontainer deponeren

Onderstaand filmpje toont de toepassing en het gebruik van veiligheidsnaalden:

U kunt van tevoren op een aantal vaccins een veiligheidsnaald zetten. Zorg er wel voor dat de vaccins niet te lang buiten de koelkast liggen. Vaccins mogen in totaal niet langer dan 1 uur buiten de koelkast blijven. Door voortschrijdend inzicht is besloten om deze termijn aan te houden, zodat een reeds voorbereid vaccin houdbaar blijft. Als u een spuit vooraf voorziet van een veiligheidsnaald en deze vervolgens gekoeld opslaat, moet u deze spuit dezelfde dag toedienen en NIET overnacht bewaren.

De vaccins worden geleverd in een spuit. U hoeft het vaccin niet op te trekken.

Antistollingsmedicatie (pneumokokkenvaccinatie)

Bij directe orale anticoagulantia (DOAC’s) dient u de vaccinatie subcutaan toe. In principe kunt u met coumarinederivaten het pneumokokkenvaccin intramusculair toedienen. Voorwaarden daarbij zijn onder andere wel dat u de vaccinatieplaats gedurende tenminste twee minuten stevig afdrukt zonder te wrijven en dat als u de coumarinederivaten gebruikt, de INR binnen het therapeutische niveau en stabiel is.

In de praktijk kunt u bij de coumarinederivaten om pragmatische redenen vaak kiezen voor subcutane injectie voor de pneumokokkenvaccinatie.

Zie ook de Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraak (LESA) Antistolling, te vinden op www.nhg.org.