

FAQ’s griepvaccinatie voor beroepsgroepen die een hoger risico lopen op blootstelling aan vogelgriep
Over de doelgroep
- Welke beroepsgroepen lopen een hoger risico op blootstelling aan vogelgriep of griepvirussen van andere dierlijke oorsprong?
- Medewerkers in de pluimveehouderij,
- Medewerkers in de varkenshouderij,
- Dierenartsen en paraveterinair medewerkers,
- Medewerkers en vrijwilligers kinderboerderijen,
- Personen die contact hebben met wilde vogels en/of wilde zoogdieren zoals, jagers, faunabeheerders en groenbeheerders.
- Hoe weet ik of iemand daadwerkelijk tot deze beroepsgroep behoort?
Als iemand aangeeft dat hij tot één van deze beroepsgroepen behoort, mag u uitgaan van deze informatie en kunt u deze persoon vaccineren. Controle is niet nodig. U kunt niet verantwoordelijk worden gehouden voor wanneer u verkeerd wordt ingelicht, dit heeft ook geen gevolgen voor uw declaratie.
- Moet ik een werkgeversverklaring of bewijs vragen?
Nee, een werkgeversverklaring of ander bewijs is niet nodig. Wat de patiënt zelf aangeeft, is voldoende.
- Vallen gezinsleden van pluimvee- of varkenshouders ook onder de regeling?
Nee, gezinsleden van pluimvee of varkenshouders vallen niet onder de regeling, tenzij zij zelf actief meewerken in het bedrijf en dus dezelfde verhoogde blootstelling hebben als de houder zelf.
- Behoren hobbyboeren en hobbyvogelhouders ook tot de doelgroep?
Indien de dieren van een hobbyhouder kans hebben om vogelgriep op te lopen, dan behoort de houder ook tot de doelgroep.
Dat geldt in ieder geval voor dieren die (grotendeels) buiten verblijven en daarbij in contact kunnen kopen met (dode) wilde vogels of hun uitwerpselen.
Indien de gehouden dieren geen of nauwelijks contact hebben met wilde vogels, en de houder zelf ook niet, behoren ze in principe niet tot de doelgroep.
Als huisarts hoeft u niet te controleren of de dieren buiten verblijven en contact kunnen hebben met (dode) wilde vogels of hun uitwerpselen. Het is een persoonlijke afweging van de patiënt om zich te vaccineren. U kunt de bovenstaande richtlijn meegeven.
- Behoren medewerkers van dierenopvangcentra ook tot de doelgroep?
Dit hangt af van de aard van het werk en de dieren:
- Medewerkers die uitsluitend werken met huisdieren (zoals honden, katten en knaagdieren) vallen niet onder deze regeling.
- Medewerkers van opvangcentra die regelmatig in direct contact komen met pluimvee, varkens of wilde vogels en zoogdieren (bijvoorbeeld opvang van wilde vogels of wilde zoogdieren) vallen wel onder de doelgroep.
- Hoe vaak moet iemand contact hebben met dieren om risico te lopen?
De verhoogde kans op besmetting geldt vooral voor mensen die herhaaldelijk, regelmatig of langdurig contact hebben met deze dieren, zoals tijdens werk of vrijwilligerswerk. Als huisarts hoeft u niet precies uit te vragen hoeveel contact iemand heeft of hoeveel uren per week hij/zij met de dieren werkt. Het is een persoonlijke afweging van de patiënt om zich te vaccineren.
Over registratie en declaratie
- Hoe registreer ik deze vaccinatie in het HIS?
Maak een medicatievoorschrift met geneesmiddel ST influenzavaccin 2026/2027 subunit WWSP 0,5ml. Koppel aan het voorschrift de ICPC-code R44 (immunisatie/preventieve medicatie) op dezelfde wijze als dat het griepvaccinatieprogramma doet in je HIS. Noteer het batchnummer. Houd ook bij hoeveel extra mensen je bij de declaratie moet optellen.
- Hoe declareer ik deze vaccinaties?
De vaccinaties voor deze beroepsgroepen declareert u op de gebruikelijke wijze via de applicatie van de SNPG. Houd tijdens het seizoen bij hoeveel extra mensen je bij de declaratie moet optellen.
Over voorraad en bestellen
- Moet ik extra vaccins bestellen voor om deze doelgroep te vaccineren?
Nee, u hoeft geen extra vaccins te bestellen. We verwachten dat de extra opkomst in de meeste praktijken beperkt blijft tot enkele personen. In sommige gemeenten zijn er relatief veel pluimvee- of varkenshouders ten opzichte van het aantal huisartspraktijken. Huisartsen in deze gemeente kunnen daardoor meer geïnteresseerden krijgen, al is er nog veel onzekerheid over de aantallen.
In onderstaande gemeenten kunnen huisartsen meer aanmeldingen verwachten in verband met het relatief hoge aantal pluimvee- of varkenshouders. Het gaat om de gemeenten:
- Asten
- Boekel
- Nederweert
- Renswoude
- Reusel-De Mierden
- Sint Anthonis
Huisartspraktijken in deze gemeenten ontvangen automatisch 20 vaccins extra bij hun hoofdlevering. Ze hoeven hiervoor niets te doen.
- Hoeveel extra vaccins verwachten jullie dat nodig zijn?
We verwachten dat de impact op de totaal aantal benodigde vaccins beperkt zal zijn. De gehele doelgroep bestaat naar schatting uit 70.000 mensen. Een deel van deze mensen ontvangt nu al een uitnodiging voor de griepvaccinatie in verband met leeftijd of medische indicatie. De precieze vaccinatiebereidheid onder deze doelgroep is niet bekend. De verwachting is dat de vaccinatiegraad lager zal zijn dan bij mensen die van de huisarts een uitnodiging voor de vaccinatie ontvangen, mede omdat mensen zichzelf moeten melden bij de huisarts.
- Wat als mijn praktijk een extra levering nodig heeft, moet ik deze zelf betalen?
Nee, tijdens het griepseizoen 2026/2027 worden er geen extra leverkosten gerekend .
- Wat gebeurt er als in mijn praktijk veel mensen zich uit deze nieuwe doelgroep melden?
U kunt nadat uw hoofdlevering is geleverd u een nabestelling plaatsen via de bestelmodule van de webapplicatie.
Over communicatie
- Hoe worden deze beroepsgroepen geïnformeerd?
De beroepsgroepen worden via hun brancheorganisatie geïnformeerd. Het ministerie van VWS neemt hiervoor contact op met de brancheorganisaties. Aanvullend komt er informatie op de RIVM-website. Er komt geen landelijke actieve campagne via social media, radio of tv.
- Wat zeggen we als mensen uit andere beroepsgroepen ook een vaccinatie willen?
Andere beroepsgroepen kunnen op eigen kosten een vaccin laten toedienen.
Over beleid en verantwoordelijkheid
- Waarom is deze doelgroep toegevoegd aan het programma?
Bij gelijktijdige besmetting met een humaan seizoensgriepvirus en een vogelgriepvirus wat bij dieren zoals pluimvee, varkens en wilde vogels voorkomt, kan er door uitwisseling van genetische informatie tussen beide virussen een nieuw virus ontstaan. Dit heet reassortment. Dit kan leiden tot een voor mensen meer besmettelijke variant van griep, waartegen in de bevolking geen immuniteit is. Door mensen die potentieel blootgesteld worden aan een vogelgriepvirus te vaccineren tegen griep kan je dit risico op reassortment verkleinen.
De minister van VWS wil het risico op reassortment verlagen door personen die professioneel in aanraking kunnen komen met vogelgriep de seizoensgriepvaccinatie laagdrempelig aan te bieden. Dit volgt ook het eerdere advies van de Gezondheidsraad en Deskundigenberaad-Zoönosen.
- Wie heeft besloten dat deze doelgroep toegevoegd wordt aan het programma?
Naar aanleiding van het advies van de Deskundigenberaad-Zoönosen (2022) en de Gezondheidsraad (2023) heeft de minister besloten deze doelgroep toe te voegen aan het programma. Vervolgens heeft de LHV ermee ingestemd dat de huisartsen in het griepseizoen 2026/2027 personen uit deze doelgroep vaccineren, waarna evaluatie. Deze instemming vond plaats voordat de problemen rondom de levering van griepvaccins voor dit seizoen bekend werden. De LHV heeft aangegeven dat door beperkte voorbereidingstijd en de late leveringen, het de voorkeur heeft het toevoegen van de nieuwe doelgroep in 2027 te laten ingaan. Het ministerie van VWS heeft vanuit het belang van de volksgezondheid en vanwege de tijd die is verstreken sinds het verschijnen van bovengenoemde adviezen, besloten de toevoeging niet uit te stellen.
- Waarom zijn huisartsen gekozen als uitvoerder van deze vaccinatie?
Huisartsen zijn de belangrijkste uitvoerder van de seizoensgriepvaccinaties en hebben hier veel ervaring mee. Processen zoals vaccinleveringen en vergoeding voor de huisarts zijn reeds ingericht, en een kleine uitbreiding van de doelgroep vergt daarom weinig aanpassing in de bestaande werkwijze. Ook is de eigen huisarts voor mensen laagdrempelig bereikbaar wat betreft reisafstand.