Administreren

Administratie van vaccinatie is van groot belang in verband met mogelijke vaccin-incidenten en de opgave van vaccinaties bij SNPG.

Na het vaccinatiemoment is het belangrijk dat de vaccinatie op de juiste wijze wordt geregistreerd. Eenduidige registratie (wie vaccineert u met welk vaccin (batchnummer) en wanneer) is bijvoorbeeld van belang voor het detecteren van potentiële batch- gerelateerde problemen (essentieel bij met name ernstige bijwerkingen), het snel kunnen benaderen van de cliënt en vaccins van elkaar te onderscheiden. Ook wordt de landelijke vaccinatiegraad bepaald op basis van geregistreerde gegevens. Wij wijzen daarom nogmaals op de verplichting op cliëntniveau het batchnummer en het toegediende vaccin als medicatievoorschrift te registeren (ICPC-code R44, voorschrift ATCJ07AL02). Registratie van vaccinatie is ook van groot belang in verband met de opgave bij SNPG.

Registratie gebeurt op dit moment in zorgorganisaties niet altijd volledig. Registratie gebeurt vaak al jaren op dezelfde manier, terwijl de registratie-eisen sinds invoering van de pneumokokkenvaccinatie zijn uitgebreid. We vragen daarom extra aandacht voor een juiste registratie. 

In principe bevat iedere levering maar één batchnummer per vaccinsoort. Het PPG-SPO van RIVM streeft ernaar per levering slechts één batchnummer te sturen. Naleveringen kunnen wel een ander batchnummer hebben dan de hoofdlevering. Het is bij de registratie dan ook belangrijk dat u in uw administratie onderscheid maakt in de hoofd- en nalevering. 

Zeker als u meerdere batchnummers heeft ontvangen is het belangrijk dat u tijdens het vaccineren goed bijhoudt met welk batchnummer u vaccineert, zodat dit correct in uw administratie opgenomen kan worden.