Registreren

Registreren toegediende vaccins (volgend op vaccinatiespreekuur)
De patiënten aan wie een vaccinatie wordt gegeven worden geregistreerd en vergeleken met de patiënten op de selectielijst. Overweeg om mensen die niet hebben gereageerd op de uitnodiging, een herinnering te sturen.

De vaccinatie wordt geregistreerd als medicatievoorschrift, in de medicatielijst is dan precies terug te vinden wanneer patiënt de vaccinatie heeft ontvangen. Het voorschrift wat hiervoor gebruikt wordt is ATC J07AL01 en als datum de dag waarop het vaccin is gegeven. Het batchnummer van het pneumokokkenvaccin wordt in het HIS op individueel patiëntniveau vastgelegd. Met behulp van het HIS kan dat in één keer voor een gehele batch. Door in het HIS vast te leggen wie wanneer met welk vaccin (batchnummer) gevaccineerd is, is snel na te gaan of er oorzakelijk verband is tussen het afgeleverde vaccin en een (al dan niet ernstige) bijwerking kort na vaccinatie. De HIS-leverancier is verantwoordelijk voor het mogelijk maken dat deze lijsten uitgedraaid kunnen worden. In sommige HIS’en zal het mogelijk zijn dat de huisarts zelf zo’n lijst kan uitdraaien. In andere HIS’en zal dat niet kunnen, maar kan de HIS-leverancier deze lijst aan de huisarts leveren. De HIS-leverancier moet deze lijst binnen 24 uur kunnen opleveren.

Registreren medische indicatie (gehele jaar)
Het is verstandig om gedurende het gehele jaar aandacht te hebben voor de aanwezigheid van een medische indicatie (zoals asplenie en sikkelcelziekte) voor pneumokokkenvaccinatie bij patiënten (ongeacht de leeftijd).

Indien er sprake is van een medische indicatie bij een patiënt en de patiënt heeft deze vaccinatie ook daadwerkelijk ontvangen, registreert u dit als voorschrift in het systeem. (op de datum dat het vaccin is gegeven, zie hierboven). Het voorschrift wordt dan gebruikt bij de inclusiecriteria van patiënten voor het NPPV. Het kan zijn dat bij een recente vaccinatie een patiënt buiten het programma valt (zie:exclusiecriteria ).

Daarnaast kunnen patiënten (van alle leeftijden) die een medische indicatie hebben, maar nooit pneumokokkenvaccinatie hebben ontvangen worden gesignaleerd. Zij kunnen dan alsnog gevaccineerd worden (eenmalig met PCV13, 2 maanden later gevolgd door vaccinatie met PPV23 en vijfjaarlijkse herhaling met PPV23). Indien de patiënt op basis van leeftijd in het vaccinatieprogramma kan vallen, heeft dit de voorkeur.

Voor het registreren een medische indicatie bij een patiënt kan gebruik worden gemaakt van twee nieuwe diagnostische bepalingen, die in februari 2020 door het NHG is uitgebracht:

  • indicatie pneumokokkenvaccinatie ( ja/ nee / nog te bepalen)
  • Behandelaar pneumokokkenvaccinatie: (huisarts / specialist).

Met deze bepalingen kan in beeld worden gehouden wie er een medische indicatie heeft en of de huisarts of de specialist de vaccinatie uitvoert. Deze informatie is ook behulpzaam bij het beoordelen van de groep geïndiceerden.

Sommige HIS’en zullen ondersteuning bieden om patiënten in uw praktijk te signaleren die wellicht een medische indicatie hebben. Naar aanleiding hiervan kan door middel van de hierboven genoemde diagnostische bepaling geregistreerd worden dat ze een medische indicatie hebben en bij wie de pneumokokkenvaccins worden toegediend (huisarts/specialist).